Het Ambivalente Karakter Van Infrastructurele Megaprojecten

Rooilijn Frontcover_23072015.inddInfrastructurele megaprojecten zijn geliefd en gehaat. Aan de ene kant exposeren ze bouwkundig vernuft, wekken ze veel bewondering op en kunnen ze fungeren als vliegwiel voor sociaaleconomische ontwikkeling van stedelijke gebieden. Aan de andere kant veroorzaken hun langdurige bouwprocessen veel overlast, worden de projecten vaak gekenmerkt door tijds- en budgetoverschrijdingen en zijn hun planvormingsprocessen soms ondemocratisch. Hun ambivalente karakter maakt megaprojecten al vele jaren een populair object van studie. Het doel van het boek Self-Induced Shocks: Mega-Projects and Urban Development, onder redactie van Gernot Grabher en Joachim Thiel (2015), is het verder blootleggen van dit ambivalente karakter. Het vertrekpunt daarbij is het idee van self-induced shocks, de notie dat de projecten vanwege hun omvang en complexiteit schokken in het stedelijk systeem teweegbrengen, zowel positief als negatief, die zelf-opgelegd zijn door de besluitvormers van de projecten. Hoewel het boek niet uitblinkt in methodologie en analyse is het generieke idee van het blootleggen van de ambivalentie van megaprojecten overtuigend gebracht. Het boek biedt vooral een interessante conceptuele bijdrage aan en reflectie op het complexe karakter van megaprojecten. Voor planologen in de praktijk kan het hen daarmee helpen duiding te geven aan die complexiteit.

Publicatie | Verweij, S. (2016). Het ambivalente karakter van infrastructurele megaprojecten. Rooilijn, 49 (3), 221-223.