Two Effective Causal Paths That Explain The Adoption Of US State Environmental Justice Policy

PS Front

Over two decades have passed since the federal policy on environmental justice (EO 12898) was issued. However, empirical evidence indicates that injustice persists and that US states vary in their adoption of the terms of the environmental justice (EJ) policy. Moreover, studies of the explanations for the variation in states’ adoption of EJ policy are rare and have yielded puzzling findings – e.g., environmental interest groups are not associated with states’ EJ policy adoption, or the severity of problems is associated inversely with their adoption. We examined the progress and variation in states’ EJ policy adoption as of 2005 using fuzzy-set qualitative comparative analysis. Our analysis showed first that a strong environmental interest group presence, combined with high racial diversity and low problem severity, is sufficient for a high level of EJ policy adoption, especially in Western states. Second, when environmental interest group presence is weak, if it is combined, again, with high racial diversity and the presence of a more liberal state government, a high level of EJ policy adoption also occurs. This is observed in the East coast, Midwestern, and Southern regions of the USA. Environmental politics and policy research can benefit from a configurational approach, especially when there is no guiding theory on the conjunctional effects of key factors.

Publication | Kim, Y. & Verweij, S. (2016). Two effective causal paths that explain the adoption of US state environmental policy adoption. Policy Sciences, 49 (4), 505-523.

Governing Environmental Conflicts In China: Under What Conditions Do Local Governments Compromise?

pa-front-2In recent years, governing environmental conflicts concerning the planning, construction, and operation of urban facilities has increasingly become a challenge for Chinese local governments. Chinese governments seek adequate responses to deal with these conflicts, for instance by ignoring criticism and sticking to initial decisions, by suppressing protests, or by compromising. In this article, by analyzing 10 cases of conflict in China using crisp-set qualitative comparative analysis (csQCA), we aim to investigate which combinations of diverse conditions lead to changes in local governments’ decisions. Four contextualized paths to explain both the presence and the absence of these changes are identified. These findings increase our understanding of the mechanisms underlying the governance of environmental conflicts in China and may inform Chinese governments and non-state actors who are seeking ways to deal adequately with them.

Publication | Li, Y., Koppenjan, J.F.M. & Verweij, S. (2016). Governing environmental conflicts in China: Under what conditions do local governments compromise? Public Administration, 94 (3), 806-822.

In Search For Effective Public-Private Partnerships: An Assessment Of The Impact Of Organizational Form And Managerial Strategies In Urban Regeneration Partnerships Using FsQCA

EPC FrontA public-private partnership (PPP) is an organizational arrangement in which knowledge and resources are pooled in order to realize outcomes. Although PPPs have become common practice in spatial planning and development, there is a continuous search for their ideal organizational form and management. This is fueled by the often poor performance in terms of e.g. time delays and budget overruns. Whilst comparative studies have been conducted into the outcomes of certain organizational forms and management strategies, fewer comparative studies evaluate their combined effects. The goal of this study is to explore what configurations of certain organizational forms and management may produce good outcomes. This is done by conducting a fuzzy set qualitative comparative analysis (fsQCA) of survey data of 50 managers involved in urban regeneration companies (URCs) in the Netherlands.

Publication | Kort, M., Verweij, S. & Klijn, E.H. (2016). In search for effective public-private partnerships: An assessment of the impact of organizational form and managerial strategies in urban regeneration partnerships using fsQCA. Environment and Planning C: Government and Policy, 34 (5), 777-794.

Het Ambivalente Karakter Van Infrastructurele Megaprojecten

Rooilijn Frontcover_23072015.inddInfrastructurele megaprojecten zijn geliefd en gehaat. Aan de ene kant exposeren ze bouwkundig vernuft, wekken ze veel bewondering op en kunnen ze fungeren als vliegwiel voor sociaaleconomische ontwikkeling van stedelijke gebieden. Aan de andere kant veroorzaken hun langdurige bouwprocessen veel overlast, worden de projecten vaak gekenmerkt door tijds- en budgetoverschrijdingen en zijn hun planvormingsprocessen soms ondemocratisch. Hun ambivalente karakter maakt megaprojecten al vele jaren een populair object van studie. Het doel van het boek Self-Induced Shocks: Mega-Projects and Urban Development, onder redactie van Gernot Grabher en Joachim Thiel (2015), is het verder blootleggen van dit ambivalente karakter. Het vertrekpunt daarbij is het idee van self-induced shocks, de notie dat de projecten vanwege hun omvang en complexiteit schokken in het stedelijk systeem teweegbrengen, zowel positief als negatief, die zelf-opgelegd zijn door de besluitvormers van de projecten. Hoewel het boek niet uitblinkt in methodologie en analyse is het generieke idee van het blootleggen van de ambivalentie van megaprojecten overtuigend gebracht. Het boek biedt vooral een interessante conceptuele bijdrage aan en reflectie op het complexe karakter van megaprojecten. Voor planologen in de praktijk kan het hen daarmee helpen duiding te geven aan die complexiteit.

Publicatie | Verweij, S. (2016). Het ambivalente karakter van infrastructurele megaprojecten. Rooilijn, 49 (3), 221-223.

Publiek-Private Samenwerking In Nederland En Vlaanderen: Een Review Van Veertien Proefschriften

Bk_2015_24_01_cover.inddDe recente golf van promotieonderzoeken naar publiek-private samenwerking (PPS) roept de vraag op naar de staat van de huidige PPS-praktijk in Nederland en Vlaanderen en het onderzoek daarnaar. Onze review laat zien dat de proefschriften voornamelijk infrastructurele projecten onderzoeken die met langlopende DBFM(O)-contracten worden gerealiseerd. De proefschriften groeperen zich rond vraagstukken betreffende effectiviteit, transactiekosten en legitimiteit. Een rode draad door hun bevindingen heen is dat of en hoe PPS werkt, sterk contextafhankelijk is. Veel van de aanbevelingen benadrukken het belang van de zachte aspecten van samenwerking. De nadruk ligt op de vroege projectfasen: voorbereiding, aanbesteding en contractering. Daarnaast laat de generaliseerbaarheid van de studies te wensen over. Er is meer onderzoek nodig naar de latere projectfasen van PPS alsook meer programmatisch, kwantitatief en (internationaal) vergelijkend PPS-onderzoek.

Publicatie | Hueskes, M., Koppenjan, J.F.M. & Verweij, S. (2016). Publiek-private samenwerking in Nederland en Vlaanderen: Een review van veertien proefschriften. Bestuurskunde, 25 (2), 90-104.

Load more