Call for papers: Case-oriented & set-theoretic approaches to comparative policy analysis

Together with Eva Thomann and Valérie Pattyn, I invite you to submit a paper proposal for our panel Case-Oriented and Set-Theoretic Approaches to Comparative Policy Analysis at the International Conference on Public Policy (ICPP4) in Montreal, organized by the International Public Policy Association. The deadline for your paper proposal is January 30th, 2019. More information about the Call for Papers can be found here. If you have any questions about the call, please do not hesitate to contact me.

The policy process is characterized by a considerable degree of complexity regarding institutional settings, actor and preference constellations, policy goals, contents, and tools. Simultaneously, there is a practical demand for better knowledge of “what works” in public policies and under what conditions or in what contexts. In order to better match methods with theories and empirical realities, the analysis of public policies faces several challenging tasks (Brans & Pattyn, 2017). First, it needs to model the complexity that characterizes the policy process and trace the underlying mechanisms. Second, comparative policy analysis detects regularities and achieves a modest degree of generalization. Finally, comparative policy analysis often deals with small or intermediate numbers of cases.

Case-oriented and set-theoretic approaches to comparative policy analysis, such as Qualitative Comparative Analysis (QCA), Coincidence Analysis (CNA), explanatory typologies, and comparative process tracing, are designed to address these challenges. Situated within a “critical realist” paradigm of social research (Gerrits & Verweij, 2013), they model different aspects of causal complexity, such as configurations of different factors leading to policy outputs or outcomes, equifinality (multiple configurations can result in the same outcome), contextual contingencies, and causal asymmetry. Moreover, they can be applied within a variety of small-N or large-N research approaches to evaluate as well as generate theories through a combination of systematic comparison with targeted in-depth case studies (Thomann & Maggetti, 2017). As interactive and iterative methods, they also lend themselves to interpretative comparative analysis (Brans & Pattyn, 2017).

Set-theoretic and case-oriented methods are increasingly common in comparative policy analysis (see e.g., Rihoux et al., 2011; Thomann, 2019), particularly in policy implementation and evaluation research (Gerrits & Verweij, 2018; Pattyn et al., 2017). This panel gathers both theoretical, conceptual, and empirical contributions that deal with the state of the art of case-oriented and set-theoretic approaches and illustrate their potential and limitations to contribute to the theory and practice of policy analysis.

Meerwaarde door PPS: Welke meerwaarde?

Publiek-Private Samenwerking (PPS) in de transportinfrastructuur is populair vanuit het idee dat samenwerking meerwaarde zou opleveren voor de betrokken partijen. Sterker nog, het zou meerwaarde opleveren die anders niet bereikt kan worden. Maar de wens lijkt de vader van de gedachte. Het bewijs voor meerwaarde door samenwerking in PPS is schaars.

Publicatie | Verweij, S. (2018). Meerwaarde door PPS: Welke meerwaarde? Agora, 34 (3), 34-37.

Slim investeren in netwerken: Oude infrastructuur, nieuwe kansen

De Nederlandse infrastructuur is van hoge kwaliteit en betrouwbaar, maar wel verouderd. In zijn recent verschenen rapport Van B naar Anders: Investeren in Mobiliteit voor de Toekomst voorspelt de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur dat de kosten voor onderhoud zullen en moeten toenemen. Dat kan neerkomen op 350 miljard euro extra de komende decennia. Niet voor niets noemt minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) het vervangen van infrastructuur de grootste opgave ooit in Nederland. Want de winkel moet tijdens de verbouwing wel open blijven. Kansen dus voor slimme investeringen.

Publicatie | Neef, M.R., Verweij, S. & Busscher, T. (2018). Slim investeren in netwerken: Oude infrastructuur, nieuwe kansen. ROmagazine, 36 (7-8), 8-11.

The evaluation of complex infrastructure projects: A guide to qualitative comparative analysis

Our book is now available at Edward Elgar! The book can be ordered at the website of Edward Elgar (here) with a promotional discount of 35% using the code “VIP35” (valid in July 2018).

Infrastructure projects are notoriously hard to manage so it is important that society learns from the successes and mistakes made over time. However, most evaluation methods run into a conundrum: either they cover a large number of projects but have little to say about their details, or they focus on detailed single-case studies with little in terms of applicability elsewhere. This book presents Qualitative Comparative Analysis (QCA) as an alternative evaluation method that solves the conundrum to enhance learning.

“Disentangling within-case complexity is a challenging task; even more so if one examines multiple cases. Gerrits and Verweij brilliantly demonstrate, using the latest conceptual and technical innovations, and through the concrete example of infrastructure projects, that QCA can produce qualitative leaps in taking on this challenge. This book is a must-read for researchers, evaluators, and practitioners who take both complexity and comparison seriously.” – Prof. Dr. Benoît Rihoux, Université catholique de Louvain, Belgium

Publication | Gerrits, L.M. & Verweij, S. (2018). The evaluation of complex infrastructure projects: A guide to qualitative comparative analysis. Cheltenham: Edward Elgar.

Voorbij de dichotomie: Op zoek naar een succesvolle combinatie van contractuele aspecten en relationele aspecten in publiek-private samenwerking

Het contract vormt een belangrijke basis in de samenwerking tussen overheid en markt. Een belangrijk kenmerk van Publiek-Private Samenwerking (PPS) is ook dat het gaat om een juridisch gestructureerd samenwerkingsverband. PPS valt echter niet te reduceren tot contractuele aspecten alleen. Succesvolle PPS behelst meer dan een contractuele relatie tussen publieke en private partijen. Naast contractuele aspecten zijn relationele aspecten in PPS evenzeer belangrijk. Het uitgangspunt in dit hoofdstuk is dat succesvolle PPS vooral afhangt van hoe contractuele en relationele aspecten worden gecombineerd. PPS-onderzoekers hebben wat dat betreft reeds gewezen op het belang van het vinden van een ‘balans’ tussen de contractuele en de relationele aspecten van PPS. Bestaand onderzoek richt zich echter vaak op de dichotome vraag of het nu de contractuele aspecten of de relationele aspecten zijn die er echt toe doen. Deze dichotome vraagstelling maakt het lastig om inzicht te krijgen in hoe de aspecten precies zouden moeten worden gecombineerd. Met andere woorden: hoe ziet die balans tussen contractuele en relationele aspecten er precies uit? Daar is dan ook nog veel onderzoekswerk naar te verrichten, naar welke combinaties van contractuele en relationele aspecten resulteren in succesvolle PPS. Het kernargument in dit hoofdstuk is dat succesvolle PPS vraagt om een combinatie van de aspecten en dat dit vraagt om een onderzoeksperspectief dat inzicht kan bieden in welke combinaties succesvol zijn.

Publicatie | Verweij, S. (2018). Voorbij de dichotomie: Op zoek naar een succesvolle combinatie van contractuele aspecten en relationele aspecten in publiek-private samenwerking. In: M. Sanders (red), Publiek-Private Samenwerking: Kunst van het Evenwicht (pp. 91-106). Den Haag: Boom Bestuurskunde.

Load more